Contact

Niet storen picknick

Vriendelijke bruine ogen onder borstelige wenkbrauwen en een gulle lach, zijn de eerste dingen die opvallen aan deze man in zijn veel te grote donkerblauwe ziekenhuiskiel. Zijn eigen jas letterlijk en figuurlijk uitgedaan na een periode van kunstmatige slaap. Weken op een intensive care gaan je niet in de kouwe kleren zitten. Als ik hem ontmoet is hij aan het schrijven. Het handschrift, bibberend nog van zwakte en ingeleverde kracht.

Hij vertelt me over de periode van delier. Een schimmige en schemerige tijd vol van bijzondere ervaringen. Zich afspelend in Katendrecht en dan weer in de trein van de Trans Siberië express. Flarden van gebeurtenissen uit het verleden maar ook volledig nieuwe en onwerkelijke.

Het meest bijzondere was wel dat de trein zich door een donkere tunnel boort en zich een weg baant naar het licht van de uitgang. Onderweg kijkend uit de ramen ziet hij tal van bekenden: zijn vader, een oude buurvrouw en een spelend kind. De herinneringen zijn zo intens dat het opschrijven ervan hem wat lucht geeft in zijn nog enigszins verwarde brein.

Hij vraagt me “Zou dit nou een bijna dood ervaring zijn?” Ik heb er geen duidelijk antwoord op maar na vijfendertig jaar verpleging heb ik hetzelfde verhaal in verschillende variaties al vaker gehoord. Eén ding hebben deze verhalen altijd gemeen: de tunnel, het licht en een gevoel van intense vrede.

Het zit hem in zijn periode op de hartbewaking niet mee, een resistente ziekenhuisbacterie en ook nog een gemene soort bacterie op de net geplaatste, nieuwe hartklep. Het maakt dat zijn verblijf lang duurt en hij zes weken lang aan het infuus met antibiotica moet liggen. Na verloop van tijd kent hij al onze namen en vraagt hij of we hem alsjeblieft bij de voornaam willen noemen.

Hij ontwikkelt zijn eigen strategie om de dag door te komen. Naast het strakke schema van slapen, vitale controles, medicijnen en de toeters en bellen zorgt hij voor zijn eigen hoogtepunten van de dag: Lekker eten is er één van. Maar ook lezen, muziek luisteren en schrijven. En niet te vergeten het bezoek van zijn lieve vrouw.

In zijn creatieve geest ontstaat een plan. Als echte buitenmensen trokken ze er namelijk in  de weekenden graag op uit met een volle picknick mand. Lekker buiten eten en genieten van de natuur. Het eerstvolgende weekend is het raak. Met rode blosjes op de wangen en ietwat scheeflopend van het gewicht van de mand, komt daar zijn vrouw binnen. De deksel gaat open… een blauwgeruit picknickkleed, verse volle melk, jus d’orange, kraakverse croissants en een kakelvers eitje.

Even later is zijn bed omgetoverd tot picknickplaats. We schuiven de gordijnen even dicht en laten ze heerlijk genieten. Ze tikken een eitje, babbelen, smikkelen en pakken dan ieder een gedeelte van de extra dikke weekend krant. Volle melk, liefde, creativiteit en de zegen van boven doen wonderen.

Na zes weken mag hij naar huis. Zijn eigen kleding slobbert nog om zijn magere lijf en de extra gaatjes in de broekriem komen goed van pas. Lang kijk ik ze na en trek mijn lessen uit dit bijzondere picknickstel! … en met die kilo’s komt het vast wel goed!