Contact

Ikazia in tijden van corona

Wuhan, Lombardije, Noord Brabant... al snel verliezen we grip op het coronavirus dat zijn tentakels steeds verder uitspreidt over wereld. Een mondiale crisis dringt dwars door kieren en muren ieders leven binnen. Het nieuws zet onze beroepsgroep plotseling dagelijks in de schijnwerpers. Met name de Intensive Care (IC) is prominent in beeld.

Vlak voordat in ons ziekenhuis de eerste corona-patiënten werden opgenomen, sprak ik één van de teamleiders van de IC. We stonden op de begane grond en voelden beiden bijna fysiek het naderende onheil aankomen. We stonden daar bij eb, wachtend op de vloedgolven…

Krachten bundelen om patiëntenstroom op te vangen

In allerijl zijn maatregelen getroffen om het aantal IC-bedden op te schalen naar een niveau dat ik in mijn stoutste dromen niet voor mogelijk hield. Het Ikazia Ziekenhuis veranderde in een groot mierennest waarin alle krachten werden gebundeld om de patiëntenstroom op te vangen. 

Sluizen timmeren, bedrading trekken, apparatuur aansluiten, afdelingen verhuizen, beleid maken, vergaderen en personeel werven. Een ongekende ijver en energie kwam vrij en in korte tijd werden drie IC-afdelingen gerealiseerd waarvan twee voor corona-patiënten die beademing nodig hebben. Alles wat blaast kan worden gebruikt, zelfs de oude  beademingsmachines die al dertig jaar in onze catacomben stonden te verstoffen, doen weer volop dienst.

Met elkaar vechten tegen de overmacht van het virus

Vóór het betreden van besmet gebied hullen we ons in gele celstof schorten en trekken de strakke elastieken van het P2-masker achter onze oren. Een haarnetje en een grote bril maken onze outfit af. Een bril met een roze bovenkant ligt qua kleur wat misplaatst tussen de andere kleurtjes op de stapel, voorlopig kan de wereld niet door een roze bril bekeken worden… 

De eerste tien minuten voelt het wat benauwd, maar door de hectiek van het werk vergeet je al snel dat je een masker op hebt. We zijn er zuinig op en zetten onze initialen op de punt voor hergebruik.

We werken met allerlei “ingevlogen” personeel vanuit onder andere Defensie en plots staan er ook weer oud-collega’s op de stoep. Als vormeloze maanmannetjes strijden we zij aan zij. Sommigen kennen we nog maar de meesten kennen we niet, of zijn onherkenbaar achter maskers en brillen. Daarom plakken we stickers met onze naam op onze jas en dragen we badges met foto’s. 

Rangen en standen verdwijnen, iedereen helpt iedereen. Apothekersassistenten die medicatie klaarmaken en die samen met de schoonmaakploeg ook ineens nachtdiensten draaien. De bereidheid om met elkaar te vechten tegen de overmacht van het virus is groot.

Als er na enkele weken iemand van de beademing afkomt, ontketent dat bij iedereen een ongekende euforie. Daar doen we het met z’n allen voor!

We staan niet alleen

Na vier nachten op de COVID-IC rijd ik vermoeid door de polder naar huis. Links en rechts van de rijbaan steekt het gele koolzaad uit het frisse groen, aan de heldere blauwe lucht een enkele witte wolk. Langzaam vervormd mijn brein de kleuren in hetzelfde palet. Gele celstofschorten, blauwe en groene OK- pakken en in de blauwe lucht zweven onze witte mutsjes. We laten zien dat we met elkaar heel veel kunnen maar ervaren ook dat we hierin niet alleen staan. 

Wekenlang bereiken ons dagelijks attenties vanuit de omgeving. Tompouces, pizzapunten, bloemen en friet. Bemoedigende woorden met krijt geschreven op de stoep. Het is hartverwarmend. Handen schudden mag allang niet meer, maar handen vouwen gelukkig wel. We kunnen niet zonder!