Contact

Beibel

Middenin de nacht wordt ze vanuit haar bed in het verpleeghuis overgebracht naar het ziekenhuis in verband met ernstige benauwdheid. Op de spoedeisende hulp werkt men met man en macht om haar situatie te stabiliseren. En even later wordt ze omringd door haar bezorgde familie en in het laatste lege bed van de hartbewaking getild. Lopen kan ze al lang niet meer, beide benen zijn geamputeerd tot boven de knie. Haar stijve rechterarm wil door een herseninfarct ook niet meer. Ze weegt nog slechts 37 kilo en is van Arubaanse afkomst. Haar korte, sterk gekrulde haar is bruin geverfd en hier en daar komt het grijs er al weer flink doorheen.

Na het uitwisselen van haar gegevens neemt de familie afscheid, haar kleinzoon omarmt oma als laatste, liefdevol buigt hij over haar heen en duwt zijn petje met de klep iets verder naar achteren. Een zware gouden schakelketting maakt samen met zijn snel aangeschoten joggingpak zijn outfit compleet. “Dág oma jij gaat snel opknappen mán” probeert hij haar gerust te stellen.

Als ze weg zijn gebaart ze naar de big shopper met haar persoonlijke eigendommen. Ik grabbel verlegen in haar tas; snoepjes, een kam, twee pakjes halfopgerookte sigaretten en wat makkelijke kleding. Onderin de tas komt nog een groot bruinleren boek tevoorschijn, de band hangt uit elkaar, de hoeken staan krom en sommige bladzijden zitten er los tussen. Verbaasd houd ik de” Beibel “in het Papiaments in mijn handen. Haar ene, nog goedwerkende doorgerookte handje gebaart dat ik hem op het tafeltje naast haar bed moet leggen.

Als ik het zware boek optil wappert er een losliggend blaadje uit. Als ik me buk om het op te rapen zie ik dat ze een gedeelte heeft onderstreept.“Pasobra nos sa ku si e tènt terenal, ku ta nos kas, wòrdu bashá abou, nos tin un edifi sio di Dios, un kas no trahá ku man, etèrno den e shelunan.Het is 2 Korintiërs 5:1 1Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis.

Ontroerd leg ik het boek naast het glaasje water en het medicijncupje vol met pillen. Ze kijkt me dankbaar aan. Of de pillen nog gaan helpen voor haar “aardse tent” dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat er een prachtig huis klaarstaat, niet met handen gemaakt.