Contact

De dag van Dick-Jan van Beek, hartsimulatiespecialist: "De combinatie techniek/patiënt maakt het voor mij zo aantrekkelijk"

“Ik ben techneut van geboorte”, lacht hartsimulatiespecialist Dick-Jan van Beek. “Als kind was ik al met transistoren in de weer en heb ik menige ‘shock’ gehad. Na mijn technische opleiding begon ik als radartechnicus op schepen en daarna werd ik medisch technicus in het Ruwaard van Putten ziekenhuis. Daar werd van de ene op de andere dag gezegd dat ‘we een pacemaker gingen plaatsen’. Ik wist toen nog nauwelijks wat een pacemaker deed. Op die manier is 20 jaar geleden wel de liefde voor dit vak geboren.” Inmiddels is hij zeker 2500 pacemakers en andere hartritmehulpmiddelen verder en is hij de specialist op dit gebied in Ikazia en een belangrijke samenwerkingspartner voor de cardiologen.

Mens en techniek

“In dit werk kun je echt iets voor de mensen betekenen. Die combinatie techniek/patiënt maakt het voor mij zo aantrekkelijk. Wij verzorgen bijvoorbeeld voor iedereen die een pacemaker of ILR (inwendige hartritmemonitor) krijgt, een intakegesprek. Naast een uitgebreide uitleg van de werking, kunnen we mensen geruststellen of het verkeerde beeld dat een patiënt mogelijk heeft, bijstellen. Daarna zien wij hen jaarlijks op het spreekuur, waardoor je vaak een band met patiënten opbouwt. Tijdens onze reguliere spreekuren wordt bij patiënten de device uitgelezen en gecontroleerd of de afstelling nog goed is. Aan de data kunnen wij ook zien of het draadje naar het hart nog goed is of dat er risico is dat het op korte termijn breekt. Wij kunnen aan de data ook zien of iemand teveel vocht achter de longen heeft en sturen de patiënt dan door naar de hartfalenverpleegkundige. Het uitlezen van de ICD (een speciale pacemaker) moet voorzichtig gebeuren.”

Dick-Jan van Beek deed dit werk in Ikazia jarenlang alleen. “Het toepassen van hartritmehulpmiddelen is zo toegenomen en het werk is zo divers geworden dat ik nu twee leerlingen aan het opleiden ben. Mattanja van Meggelen is inmiddels derdejaars en Mathies Horijon is een half jaar geleden bij ons pacemaker-team gekomen.

Onze deskundigheid wordt in het hele ziekenhuis gevraagd. Voor ons is geen dag hetzelfde. Wij kunnen bijvoorbeeld elk moment op de Spoedeisende Hulp worden geroepen om een pacemaker, ICD of ILR uit te lezen en de tabellen te interpreteren om zo snel mogelijk te achterhalen wat er mis is.

Daarnaast zijn wij er op de operatiekamer bij als een hartritmehulpmiddel wordt geïmplanteerd. Wij controleren de werking maar denken regelmatig ook met de cardioloog mee over de plaats op de borst waar de inwendige hartritmemonitor moet komen. Bij vrouwen wordt soms, om een ongewenste verdikking van de borst te voorkomen, gekozen voor een plek onder de oksel.”

“Wij worden ook met regelmaat om advies gevraagd als iemand met een hartritmehulpmiddel een MRI-scan moet ondergaan. Vroeger was dat niet mogelijk. Tegenwoordig zijn de devices zo geavanceerd dat dit wel kan. Soms is er echter wel extra controle nodig. Het kan ook zijn dat een pacemaker voor een onderzoek of behandeling met een operatieve ingreep verplaatst moet worden.”